11-12-11

30 VROUWEN - KEESIE

IMG_5768.jpg

 

 

KEESJE ( 1981) 

 

 

 

Zij, de moeder, zit fier voor haar gouden etalage

Waarin haar pop met pijpenkrullen en rose strik

Blingblinkt.

Zij, de moeder, kijkt fier naar buiten

En wenkt de wereld in haar circus.

 

Zij, het kind, moet in haar omgeving

Gewichtloos zweven, geluidloos zijn,

Mondje toe aan tafel,

Brokken vlees braakbal in haar keel gezwollen.

Onder tafel tast ze naar haar geslacht

Terwijl zij, de moeder, in haar ogen kijkt.

 

Zij, het kind, wil in haar lieve woorden,

Waarin de leugens als distels gedijen,

Eerder dood gaan.

Hoe kan ze nu, zij, de moeder,

haar diamant bekrassen, door hem

dwangmatig naar de hoogste glans te wrijven.

 

En altijd maar kust zij, de moeder,

Haar kind met gouden lippen

Maar zij, het kind, ruikt etensresten in een holle tand.

Zij, de moeder, eet haar kind

Leeg

 

 

Daarom is zij, het kind, gedegouteerd van zoveel liefde,

Ze schudt de schone schijn als water uit haar vacht.

Nu kan ze zelf gedachten hebben,

Vrij van gijzeling

En als ze vijftien is, weet ze dat de liefde is vervallen

Niet eens meer recycleerbaar in de toekomst.

Uw ouders zult gij eren,

De laatste sleutel van de gouden kooi,

Wordt vloeiend ijzer.

 

Dan eindelijk breekt haar mond

En jaagt haar bloed in volle lippen,

Veegt ze met één haal de tafel schoon.

Uit de haren van haar moeder vliegen kraaien op.

 

Op straat vindt ze haar familie.

Zij, de vrouw, wordt prairiehond met vlugge ogen,

Bouwt zich een kamer met gras op vloer en muur

In onderaardse gangen waar ze veilig is.

 

Ze stapt nu door haar spiegel

En vindt er werelden vol boeken

En kennis die als de lente in haar bloeit.

Zij is nu geest geworden en doorschijnend,

Mensen en dieren groeten haar.

 

Ergens klinkt een bronzen gong

In een lange gang.

 

 

 

 

 

 

 

 

10:56 Gepost door ivo konings | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.