03-12-10

30 vrouwen

Dit is het laatste gedicht uit "Dertig Vrouwen" dat ik nog op de blog zet. De rest kan u lezen in mijn dichtbundel die in alle boekhandels verkrijgbaar is.

 

SI  BOLLé  ( 1967 )

 

 

Ze is een uitstalraam vol verse groenten,

Een Brussels spruitje

Of een romige papaya die op je lippen drijft.

Ze danst de tango en de salsa,

Ze is tam-tam,

Soms jin soms jang,

Nooit zeeziek op een oceaan.

Haar hoofd is van Lima en Madrid,

Napels en Boekarest,

Soms een beetje Vlaams.

 

En uit de zwarte diepten na de storm

Komt haar kurken ziel naar boven drijven.

Ze is van leed naar boom gegroeid,

Een lelie op de mesthoop van haar jeugd.

Haar moeder is Narcissus in het Hof van Eden,

Haar vrucht vergeten in de holte van de nacht.

Daarom veranderden haar ouders veel van naam,

Zelfs Matonge, voor heel even,

Tot haar eindelijke moeder.

 

En als het kwaad dan, van de galg gedropen,

Zich met geweld in haar verspreidt,

Haar openrijt van lichaam naar ziel in coma,

Dan staat Narcissus, na jaren, aan haar ziekenbed.

Terwijl ze haar haren in de spiegel schikt,

Zegt ze:“ ’t Zal uw eigen schuld wel zijn.

 

Zo is ze van ijzer naar staal geslagen,

Haar wonden met de brandtang dichtgeschroeid,

Geen moeder meer.

 

Nu is ze kariatide met windkleren aan

En doet de treurigen zingen,

Ze is giraf geworden met wonderlijke ogen

En lange wimpers.

Straks zoogt ze,

Veilig, 

tussen haar lange benen

Nieuw leven.

Zij, de moeder, met een kind.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

13:45 Gepost door ivo konings | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |