19-04-08

DE GOEDE DOOD

DE GOEDE DOOD

Hij is in het wit van zijn kamer
gegroeid,
op de stafkaart van zijn leven vastgeprikt
in dat ene altijd bed.

Buiten waaien de seizoenen
en al de dingen die vergeten zijn
voorbij,
het uitbundig lachen nog met volle longen,
stokbrood, wijn en kaas,
en zij
als de nacht over hem gespreid.

Hij kan zijn hand niet door zijn haren halen
en het lijntje slijm niet van zijn mondhoek vegen,
nu ze komt.

Zij is zijn lijf en leden,
zij schreeuwt uit zijn mond
en kauwt zijn eten,
zij zal hem in de bossen
te slapen leggen
als de naaldbomen geuren
in het warme kempenzand.


Hij glimlacht als ze binnenkomt.
Ze schikt zijn lakens
en laat haar droefenis
over zijn wangen gaan
zijn gedachten als armen
om haar heen.

In haar stem ligt al de stilte,
elk woord door haar tong beroerd
kent zijn ontknoping
als hij straks door de eeuwen slaapt.

Zij noemt zijn naam
die helder als het leven klinkt,
ontelbare gedichten
in de zucht van één lettergreep.

Zijn ogen geven de doodsdrift
een mond die al de twijfels
van haar lippen plukt.

Zij legt zijn leven af,
dat licht van lucht
eindelijk van haar schoot kan glijden
omdat hij het wil.

‘Dag, Huub,'zegt ze zacht
en sluit zijn ogen.





11:44 Gepost door ivo konings in literatuur/poëzie | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

Commentaren

Alsof ik erbij stond en toekeek... mooi !

Groetjes !

Gepost door: Parelmoer | 20-04-08

Reageren op dit commentaar

Weer top, Ivo!

Groet

Gepost door: Willy | 28-04-08

Reageren op dit commentaar

De commentaren zijn gesloten.