09-04-08

IK SMEEK OM LIEFDE : AFLEVERING 6

 

 

 

Met een scheermesje kerf ik me in mijn armen. Mooie gelijke sneden die vlug genezen. Dan begin ik weer opnieuw. Ik heb zijn kind vermoord en daarom snijdt hij zijn handen in mij. De littekens schrijven hun verhaal. Ik neem antidepressiva, veel, en verstop ze in de voegen tussen de stenen van de boerderij.
Als ik denk dat het ergste voorbij is, begint een echte martelgang. Sinds hij verder van huis werkt, bindt hij me elke ochtend vast aan het bed. En meer dan eens zet hij de toiletemmer uit mijn bereik, zodat ik verplicht ben mijn behoefte op de grond te doen. Soms komt mijn moeder overdag langs. Dan maakt ze me los. Ik beweeg hemel en aarde opdat ze niet naar de rijkswacht stapt, want hij heeft gedreigd haar te vermoorden als ze ook maar één woord hierover rept. Als ze weggaat bindt ze me terug vast. Dan let ik erop dat ze me precies op dezelfde manier weer vastmaakt. De angst is mijn meester. Als ik ‘lief' ben, mag ik wat boeken lezen als ik aan het bed gekluisterd lig. Verschillende keren ben ik ontsnapt maar altijd weer vindt hij mij. Hij dreigt ermee mijn hele familie uit te moorden en ik zwicht weer. Drie jaar duurt het. Tot ik weer zwanger word.
Ik wil het kind niet ongetrouwd op de wereld zetten, dus trouwen we in de kerk van Scherpenheuvel.  Voor het altaar wil ik weer voor hem in het donker leven, alleen maar gebaar zijn en zelfs niet om liefde vragen, blind en stom zijn voetmat zijn.
In de zevende maand word ik weer verschillende keren verkracht, ook door mijn schoonvader. Als zijn vader zegt dat hij ‘de lat' nog wel eens zal pakken als hij werken is, slaat hij hem tot bloedens toe met een vaas op het hoofd. Hij beslist wie mij verkracht en niemand anders.
Ik word dringend opgenomen in het ziekenhuis. Omdat ik het anders niet zal overleven wordt het kind met een keizersnede gehaald. Ik noem het Dominique. Daarover is hij zo woedend dat hij een ruit uitgooit op de kraamafdeling.
Kerstmis moet gezellig worden. Hij haalt een kalkoen om te slachten. Ik moet hem vasthouden. Ik ben de kalkoen, het hoofd op het slachtblok en in een vlaag van zinsverbijstering of is het moed, laat ik het dier ontsnappen. Hij is zo woedend dat hij me bij de haren door de kiezel sleurt. Hij bindt me vast op een stoel. Hij scheurt de kleren van mijn lijf en zet stroom op mijn  genitaliën. Ik schreeuw het uit van de pijn. Hij rijdt naar een boer om een nieuwe kalkoen te kopen. Dronken van woede rijdt hij tegen een boom.
Ik kan me vrijmaken en met mijn kind naar mijn broer vluchten waar ik onderdak krijg.
Ik ben moe, zo moe.
Twee weken later mag hij het hospitaal verlaten. Het duurt niet lang voor hij weet waar ik woon. Terwijl mijn broer en zijn vrouw werken zijn, breekt hij binnen en slaat met zijn arm in gips mijn beide kaakbeenderen over, houdt een revolver tegen mijn slaap en steekt het huis in brand.
Eindelijk zit hij in de gevangenis, de naamloze die mijn lucht verademt, de tiran die briest en slaat, wiens vuisten als wortels in mijn huid gedijen. Jaren heb ik hem als een gezwel in mij gedragen. Hij ligt in mij begraven. Nu gooi ik de ramen open, ik ben vrij, denk ik.
En dan sluipen de jaren als gif onder mijn huid, al de herinneringen lijken nu tegelijkertijd als etterende wonden open te barsten. De chaos regeert in mijn hoofd.

10:43 Gepost door ivo konings in literatuur/poëzie | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

ik blijf geboeid Ivo !

Gepost door: Parelmoer | 09-04-08

Reageren op dit commentaar

De commentaren zijn gesloten.