05-04-08

IK SMEEK OM LIEFDE : AFLEVERING 3

 

 

 

Hij slaat me, voor de eerste keer, zijn volle vuist op mijn slaap. Ik duizel en val tegen de bedrand. Half bewusteloos voel ik hoe hij me oppakt en op zijn bed legt. Hij buigt zich over mij en fluistert lieve woordjes. Hij legt zijn hoofd in mijn nek en weent. Hij smeekt om vergiffenis. Dan strijk ik met mijn handen door zijn haar. Zijn adem wordt langzamer en hij valt in slaap. Ik trek zijn schoenen uit en leg een deken over hem. Ik veeg het bloed van mijn gezicht en ga de nacht in.
Een paar dagen later komt hij weer dronken terug van zijn werk. Ik ben er niet. Ik kreeg heimwee naar het rustige leven bij mijn moeder, ik miste haar stem, het geluid van het gerommel in de keuken en besloot terug bij haar te gaan wonen.
Ik sta voor de deur met mijn vinger op de bel. Het huis voelt al vreemd aan, het lijkt alsof het me weigert. Zonder dat ik bel gaat de deur open. Moeder veegt de handen aan haar schort en kijkt me zwijgend aan. Ik volg haar naar de keuken en help haar bij  de vaat. En ik wil uit me- zelf breken, ik wil dat ze alles weet, ik wil mijn hart uitstorten maar ik blokkeer. De aders op mijn slapen zwellen, ik ben doorzichtig. Mijn leven tekent zich achter glas, bloot en kwetsbaar. Ik vind geen schuiloord voor de ogen van mijn moeder. Ik ben een plattegrond waarop zij zonder moeite elke straatsteen aanwijst. Zij wandelt rond in mij en nergens raakt ze de weg kwijt als ze mijn land afloopt. Toch blijft mijn vuilnis in de gootsteen haperen en verdwijnt het uiteindelijk in de riool. Ik zwijg, zij weet.
Rond acht uur ‘s avonds trapt hij de deur in, sleurt me aan de haren mee naar buiten en stampt me in zijn wagen. Mijn moeder belt de rijkswacht die een uur later aan het huis van zijn ouders staat. Hij doet open en glimlacht. ‘Aha, mijn schoonmoeder heeft u natuurlijk gebeld," zegt hij, "ge weet toch hoe schoonmoeders zijn, overdrijven is de hobby." Hij roept mij. Ik strompel naar de voordeur en glimlach. " We hebben wat ruzie gehad, ja, maar ondertussen is alles weer bijgelegd." Eén van de rijkswachters doet nog een poging om achter de waarheid te komen maar de  angst maakt van mij de perfecte comédiante.
"Tot nog eens," roept hij uitdagend als ze naar de combi lopen.
Hij streelt mijn wang en kust me. Hij sluit de deur. Ik hoop dat de wereld buiten mee naar binnen glijdt, de buitenwereld, zilver in mijn ogen, hier binnen is alles scherp als een mes en helder, geronnen bloed op mijn dij. Hij ademt mij in, schreeuwend jaagt hij mij voor zich uit. Dan voel ik hoe de man mij in het duister neemt en ik vloek als ik klaarkom.
Hij heeft drie broers. Ze spreken nauwelijks tegen elkaar. Alleen als het op vechten aankomt in late uren, is hun broederband onbreekbaar.
De jongste vrijt al een tijdje. Zijn vriendin woont in een woonwagenkamp. Ze is complexloos, gaat ongevraagd bij aan tafel zitten en moeit zich met de interne keuken. Dat verdraagt de vader niet, dus verplicht hij hem te trouwen en het af te bollen. Dat wil zoonlief niet. De vader haalt zijn geweer boven en jaagt hem het huis uit. Dagenlang verschuilt hij zich in het bos. Ik breng hem regelmatig eten en troost hem. Ik smeek hem hierover niets te zeggen want als hij dit te weten komt, wordt zijn jaloersheid een ijzeren staaf.
Iemand moet het ouderhuis uit. " Dan bol ik het hier wel af," zegt hij grootmoedig tegen zijn vader en in dezelfde zin kondigt hij aan dat we gaan trouwen. Ik sta aan de grond genageld, ik duizel en moet gaan zitten. Hoe moet ik hem duidelijk maken dat ik niet wil trouwen, geen definitieve band met hem die me wurgen zal. Ergens wil ik nog wat licht op vrijheid maar ik durf mijn mond niet opendoen. In een visioen zie ik mijn toekomst al in hem vergaan. In de tafel al mijn ellebogen getekend. En toch reik ik me aan, bied ik hem de volle handen van een vrouw, wil ik hem veranderen, zal hij veranderen, mijn liefde als offer.
In de spiegel zie ik een andere vrouw en ik begrijp haar niet.
Ik ben nog geen vijfentwintig. Om te trouwen heb ik dus de handtekening van mijn moeder nodig- de wet van toen schreef dit nog voor- maar ze weigert. Ze schildert mijn leven met hem in woeste kleuren, zware, zwarte strepen in een kruis erdoorheen geveegd. En ik zie het doek in al zijn heftigheid al voor mijn ogen maar ik ben te laf om haar te zeggen dat ik wil, niet wil, ik durf mijn angst niet in haar loslaten, ik hou te veel van haar.

10:54 Gepost door ivo konings in literatuur/poëzie | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

En weer zo mooi verwoord, het is zo'n echt verhaal, tot hiertoe geen alleenstaand geval, herkenbaar, iets wat we soms in onze omgeving zien gebeuren, iets waar we niets aan doen.

Gepost door: Parelmoer | 06-04-08

Reageren op dit commentaar

De commentaren zijn gesloten.