22-11-07

CONDROZ

Condroz

Als de dag me 's morgens bij het nekvel grijpt en ik zijn nectar nuttig, sacraal, zijn open hemel op mijn gezicht laat rusten, dan weet ik dat ik naar de Condroz moet. Je leest altijd dat een landschap zich uitstrekt maar in dit geval is dit een regelrechte belediging. De Condroz rolt, duikt, verwijnt en verschijnt, lenig als een kat, klimt, stijgt, daalt, kronkelt als een krolse teef en wordt dan weer subtiel en fragiel in zijn lijnen naar de lucht. Dit landschap ademt schoonheid uit en legt de rust als een mantel over zijn vruchtbare gronden en weidenvelden. Weids is het woord.

De Condruzi woonden er vroeger, een volkstam die zijn tenten had opgeslagen tussen de Eburonen en de Treveri. Waarschijnlijk gaven zij hun naam aan dit gebied.

Eigenlijk ben ik niet in staat dit landschap te beschrijven, ik doorkruis het, onderga, laat me meeslepen, proef de jaargetijden onder wisselende hemels. Ik laat me leiden door mijn kompas, mijn lieve reiscompagnon die me telkens weer verrast, me op verrukkelijke plaatsen brengt maar die me ook tientallen keren doet vastrijden in een of andere steengroeve , drassige bossen of glibberige leemgronden.

Zo heb ik in de loop der jaren mijn toptien van 'point de champagne' punten samengesteld, mijn  heiligdom, mijn groot geheim dat ik uiterst zelden deel. Eénmaal per jaar trek ik er met vrienden op uit die dan enkele van deze schitterende vergezichten als ruwe diamant voorgeschoteld krijgen. En altijd hoor je dat dit wel ergens in Frankrijk of Italië kan zijn. Dan wordt de champagne met een zachte plof ontkurkt want de cirkels van de roofvogels boven ons mogen niet doorbroken worden.

 De Walen die ik heb ontmoet zijn warme, gastvrije mensen en anders dan vele Vlamingen zijn ze assertief en staan meestal open voor een leuke babbel. Eén beeld is bij mij uitgegroeid tot een metafoor voor 'beide volkeren'. Meermaals kwam ik op terrasjes terecht waar geen plaats meer was. Hier en daar zit er dan wel altijd iemand alleen aan een tafeltje. Als ik me dan met mijn rolstoel tussen de mensen door laveer is het me nog nooit overkomen dat ik niet uitgenodigd werd om bij te komen zitten of dat ik afgewezen werd op mijn vraag: 'je ne dérange pas?' En het duurt nooit langer dan enkele seconden voor onze gastheer of gastvrouw een gesprek aanknoopt. In Vlaanderen werd ik nog nooit uitgenodigd door iemand die een tafel en vier stoelen voor zich alleen bezigde, en op de vraag of ik bij mocht zitten vond men meestal een excuus of weigerde men botaf. Eén keer, op de avond van de meiboomplanting in Hasselt, zaten alle terassen bomvol. Voor me zat een dame die met twee handtassen en een mantel drie stoelen in beslag nam. Rond me stonden enkele senioren die aan rust toe waren maar zoals dat bij de bedeesde Vlaming zo vaak gaat, durfde geen van hen de bewuste dame om een stoel vragen. Ik reed dan maar zelf in mijn stoel tot bij haar en vroeg beleefd: " Mevrouw, uw sakochen zullen ondertussen toch wel uitgerust zijn, mogen deze mensen hier gaan zitten?" Haar ogen waren prachtig woedend, de trek op haar mond dodelijk verbeten. Dit terrein zou ze met haar leven verdedigen.

En dan kwam dat bewuste zinnetje, zo venijnig vuil dat de smaak ervan in de mond naar solfer moet gesmaakt hebben: " Zwijg gij, se vuile gehandicapte, die stoelen zijn van mij."

Geloof me, als dit ergens in de Condroz was gebeurd, dan werd deze canaille met pek en veren ingesmeerd, publiekelijk veroordeeld en hingen haar sakochen al snel in de top van de hoogste den. 

Condroz, je t'aime en als Vlaanderen te Vlaams wordt kom ik bij jullie wonen.Van azijn naar balsamico.

 

 

12:56 Gepost door ivo konings in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

In de Condroz heten ze zo'n wijf een 'canaille'. En in Hasselt een 'kanaj'. Je hoeft dus nog niet weg, Ivo. :-))

Groet

Gepost door: Willy | 22-11-07

Reageren op dit commentaar

De commentaren zijn gesloten.